Waarom kan een bijbetaling ontstaan?
De jaarafrekening van je energieleverancier vergelijkt twee dingen: wat je het afgelopen jaar werkelijk hebt verbruikt en wat je via je maandelijkse termijnbedragen al hebt vooruitbetaald. Is dat eerste hoger dan het tweede, dan krijg je een naheffing — een bijbetaling.
Dat klinkt simpel, maar in de praktijk zit het complex in elkaar. Niet alleen je verbruik bepaalt het verschil; ook prijswijzigingen tijdens het jaar, een te laag ingeschat termijnbedrag of fouten in meterstanden kunnen een rol spelen.
De gemiddelde bijbetaling in Nederland ligt rond de 150 tot 250 euro per jaar. Maar er zijn ook flink wat huishoudens die in één klap meer dan duizend euro moeten ophoesten. Dat is bijna altijd terug te leiden naar één of meer van de oorzaken die hieronder besproken worden.
Onderaan dit artikel staat wat je kunt doen als een bijbetaling niet haalbaar is. Eerst kijken we naar wat er precies kan misgaan in dat ene jaar.
Oorzaak 1: een te laag termijnbedrag
De meest voorkomende oorzaak van bijbetalen is een termijnbedrag dat structureel te laag is ingesteld. Soms komt dat door de leverancier — bij een nieuw contract is het bedrag een schatting op basis van algemene cijfers. Soms door jezelf, als je het bedrag ooit handmatig hebt verlaagd.
Een termijnbedrag werkt zoals een spaarpot. Vul je hem te weinig, dan staat er aan het einde van het jaar te weinig in om de werkelijke rekening te dekken. De leverancier vraagt het restant in één keer.
Leveranciers houden in principe in de gaten of je termijnbedrag bij je verbruik past. Wijkt het meer dan tien procent af, dan krijg je vaak een waarschuwingsmail. Maar als je verbruik door het jaar heen stijgt (bijvoorbeeld een nieuwe huisgenoot) en het systeem dat pas ziet aan het einde, kan zo'n waarschuwing te laat komen.
De vuistregel: kijk halverwege het contractjaar zelf even in de app. De meeste leveranciers tonen daar een verwachte eindafrekening. Staat daar al een bedrag van 200 euro of meer in het rood, dan loont een tussentijdse verhoging.
Oorzaak 2: hoger verbruik dan vorig jaar
Je termijnbedrag is gebaseerd op een schatting, vaak afgeleid van je verbruik van vorig jaar. Verandert er iets in je leven, dan klopt die schatting voor het lopende jaar niet meer.
De meest voorkomende redenen voor een gestegen verbruik: een nieuwe huisgenoot, thuiswerken in plaats van op kantoor, een elektrische auto die je thuis oplaadt, een kindje dat geboren is. Maar ook minder voor de hand liggende dingen tellen mee: een nieuw aquarium, een sauna in de tuin, een tweede vriezer in de garage.
Let ook op je cv-ketel. Een ketel die zijn beste tijd heeft gehad gaat minder efficiënt werken. Hij brandt vaker en langer om dezelfde warmte te leveren. Het verschil kan tien tot twintig procent meer gasverbruik zijn — bij een gemiddeld huishouden zo'n honderd tot tweehonderd extra euro per jaar.
Een strenge winter kan op zichzelf al een bijbetaling veroorzaken. In een normaal jaar zit het stookseizoen van oktober tot april. Begint het in september al te vriezen, of duurt de kou tot in mei, dan is je gasverbruik makkelijk 15% hoger dan ingeschat.
Oorzaak 3: tussentijdse tariefstijgingen
Bij een variabel contract kunnen de tarieven twee keer per jaar worden bijgesteld, meestal op 1 januari en 1 juli. Stijgt het tarief halverwege het contractjaar, dan klopt je termijnbedrag van eerder dat jaar niet meer.
De leverancier mag het termijnbedrag tussentijds aanpassen, en doet dat ook bij grote tariefwijzigingen. Maar bij kleinere verschuivingen blijft het bedrag staan en zie je pas op de jaarnota wat er precies is gebeurd.
Bij dynamische contracten is dit risico nog groter. Daar veranderen prijzen elk uur. Een termijnbedrag is dan altijd een gemiddelde, en in maanden met onverwacht hoge piekprijzen — bijvoorbeeld bij windstilte in januari — schiet het bedrag dat in werkelijkheid wordt verbruikt makkelijk omhoog.
Wat je hieraan kunt doen: bij een variabel contract is een vast contract een alternatief, mits je de hogere risico-opslag accepteert. Bij dynamisch tarief loont het om je grootste verbruikers (wasmachine, vaatwasser, EV-laden) actief te plannen op uren met lage prijzen.
Oorzaak 4: fouten in meterstanden
Een vaak onderschatte oorzaak van bijbetalingen is een verkeerde meterstand. Bij oude meters die je zelf moet doorgeven, kan een typfout of een vergeten opname zorgen voor flinke verschillen. Bij slimme meters kan een storing in het uitlezen leiden tot geschatte standen, die later worden gecorrigeerd.
Kijk altijd op je jaarnota naar de beginstand en eindstand. Worden die werkelijk gemeten of geschat aangegeven? Bij geschatte standen staat er meestal een 'E' achter het cijfer, bij gemeten een 'M'. Een lange reeks geschatte standen leidt vroeg of laat tot een grote correctie — meestal naar boven.
Controleer ook of de standen kloppen met de meter zelf. Loop er even heen, lees ze af en vergelijk. Een verschil van enkele honderden kWh of m³ valt zo op. Klopt iets niet, dan kun je het binnen vier weken na de jaarnota corrigeren via je leverancier.
Bij een enkeltariefmeter versus dubbeltariefmeter kan er ook iets mis gaan. Soms wordt alles op het hoogste tarief gerekend terwijl je daluren had moeten gebruiken. Dat kan tot 5-10% verschil schelen op je stroomrekening.
Oorzaak 5: verhuizing of contractwijziging
Verhuizingen brengen vaak verrassende bijbetalingen met zich mee. Je nieuwe woning heeft een ander gebruikersprofiel, je oude leverancier maakt een eindafrekening, en je nieuwe leverancier moet alles opnieuw inschatten.
Bij een eindafrekening van je oude adres worden alle kosten proportioneel verrekend. Heb je tijdens het einde van het contract veel gestookt — bijvoorbeeld omdat je verhuisde in januari — dan kan het naar boven uitvallen. Termijnbedragen waren immers berekend op een vol jaar, niet op een paar wintermaanden.
Bij een nieuw contract begin je vaak met een termijnbedrag dat optimistisch is. Leveranciers kennen je nieuwe woning nog niet, en de schatting is gebaseerd op het gemiddelde van vergelijkbare adressen. Pas na een paar maanden komt er een correctie.
Wees vooral alert als je verhuist naar een groter huis, een ouder huis of een huis met andere verwarming. Een tussenwoning met C-label voelt warmer aan dan een vrijstaande boerderij met G-label, maar verbruikt aanzienlijk minder gas. Het verschil komt pas zichtbaar op de eerste jaarnota, wat dan een schok kan opleveren.
Wat te doen bij een bijbetaling die je niet aankan?
Krijg je een bijbetaling waar je niet zomaar geld voor hebt liggen, dan zijn er een paar mogelijkheden. Het eerste: vraag een betalingsregeling aan. Vrijwel iedere leverancier laat je het bedrag in zes tot twaalf termijnen aflossen, soms zonder extra kosten.
Doe dat zo snel mogelijk, niet als de incassobrief al binnen is. Een proactieve aanvraag is bijna altijd succesvol. Wacht je tot er aanmaningen liggen, dan kan er incassorente bijkomen en wordt het lastiger.
Kun je ook in termijnen niet betalen, dan zijn er hulplijnen. Veel gemeenten hebben een Energiefonds voor huishoudens met betalingsproblemen. Schuldhulpverlening kan je doorverwijzen of zelf afspraken met de leverancier maken. Belangrijk: een afsluiting van energie mag pas na een uitgebreid traject van waarschuwingen en aanbiedingen — er is dus tijd om iets te regelen.
Voor de toekomst: stel je termijnbedrag in zoals het hoort. Een ietsje te hoog termijnbedrag is altijd beter dan een nare verrassing. Geld dat je teveel betaalt, krijg je netjes terug op de volgende jaarnota.