Wat is salderen ook alweer?
Salderen is een boekhoudkundige truc die zonnepaneel-bezitters al sinds 2004 voordeel geeft. De stroom die je overdag teruglevert aan het net, wordt aan het einde van het jaar afgetrokken van de stroom die je 's nachts en 's winters afneemt. Voor het verschil betaal je het normale leveringstarief.
In de praktijk betekent dit: voor élke kWh die je teruglevert, betaal je effectief niets meer voor een kWh die je later afneemt. Inclusief energiebelasting, btw en vaste kosten. Dat maakt zonnepanelen een vorm van gratis energieopslag, alsof je net een enorme batterij is.
Op je jaarafrekening zie je dat terug. De leverancier rekent je verbruik en je teruglevering bij elkaar op, en bepaalt het netto verbruik. Lever je meer terug dan je afneemt, dan krijg je voor het overschot een terugleververgoeding — die ligt nu meestal rond de 7 tot 10 cent per kWh, een fractie van wat je voor levering betaalt.
Voor een gemiddeld huishouden met 10 zonnepanelen levert salderen ongeveer 600 tot 900 euro per jaar voordeel op. Reden waarom de regeling zo populair is, en waarom de afschaffing nu zoveel discussie oplevert.
Wat verandert er per 1 januari 2027?
Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling volledig. Niet in fases, niet geleidelijk: in één keer afgelopen. Tot en met 31 december 2026 blijft alles bij het oude. Daarna verdwijnt het optellen-en-aftrekken.
Vanaf 2027 betaal je voor élke kWh die je afneemt het volledige tarief, inclusief belastingen. Voor stroom die je teruglevert krijg je een terugleververgoeding, maar die is veel lager dan wat je voor afname betaalt. De wet stelt dat de vergoeding minstens 50% moet zijn van het kale leveringstarief tot 2030 — daarna kan het verder dalen.
In cijfers: bij een leveringstarief van 30 cent per kWh inclusief belastingen, is het kale leveringstarief ongeveer 12 cent. De minimale terugleververgoeding wordt dan 6 cent per teruggeleverde kWh. Dat is een vijfde van wat dezelfde kWh je oplevert via salderen nu.
Voor een huishouden dat nu 600 euro per jaar voordeel haalt uit salderen, daalt dat in 2027 naar circa 150 tot 200 euro. Dat is geen rampscenario — het terugverdienen van zonnepanelen wordt langer maar blijft positief — maar het is wel een fundamentele verschuiving.
Waarom wordt de regeling afgeschaft?
De salderingsregeling werkt prima als er een paar honderdduizend zonnepaneeleigenaren zijn. Maar inmiddels heeft Nederland meer dan 2,5 miljoen huishoudens met zonnepanelen. Op zonnige zomerdagen levert die hele groep tegelijk terug aan het net, terwijl niemand op dat moment veel verbruikt.
Het gevolg is netcongestie: de kabels en transformatoren raken overbelast. Netbeheerders moeten massaal investeren om dat aan te kunnen, wat de netbeheerkosten voor iedereen — ook mensen zonder zonnepanelen — opdrijft.
De overheid wil daarmee prikkels veranderen. Niet meer 'leverlek alle stroom terug en zie er over een jaar wat van', maar 'gebruik je stroom op het moment dat je hem opwekt'. De afschaffing van saldering moet huishoudens stimuleren tot zelfconsumptie — apparaten draaien als de zon schijnt — en eventueel tot het kopen van een thuisbatterij.
Leveranciers mogen sinds 2024 ook al terugleverkosten rekenen voor zonnepaneeleigenaren — een opslag op je leveringskosten ter compensatie van de extra kosten die ze maken voor afhandeling van teruglevering. Bij sommige leveranciers loopt dat al op tot honderd euro per jaar.
Wat kun je in 2026 nog doen?
2026 is je laatste volle jaar onder de salderingsregeling. Het is een goed moment om je opstelling te optimaliseren voor het tijdperk daarna.
Kijk allereerst naar je eigen verbruik tijdens zonnige uren. Hoe meer je zelf gebruikt op het moment dat je opwekt, hoe minder je hoeft terug te leveren — en hoe minder je dus afhankelijk bent van de terugleververgoeding straks. Verschuif wasprogramma's, vaatwasser, oplaadbeurten van apparaten en de boiler naar overdag.
Denk na over een thuisbatterij, maar reken zorgvuldig. Een batterij van 5 tot 10 kWh kost momenteel tussen de 4.000 en 8.000 euro. De terugverdientijd hangt af van je verbruikspatroon en je contract. Bij een dynamisch contract kun je extra besparen door op piekuren stroom uit de batterij te gebruiken.
Overweeg overstappen naar een dynamisch energiecontract. Daarmee profiteer je vanaf 2027 het meest van flexibel verbruik en zelfconsumptie. De keerzijde: bij hoge piekprijzen ben je kwetsbaar, dus pas dit alleen toe als je apparaten bewust kunt sturen.
Wat je niet meer hoeft te overwegen: meer panelen leggen om het maximum uit saldering te halen. Vanaf 2027 levert extra capaciteit teruglevering op tegen een vrij lage vergoeding — investeren in opslag of in eigen verbruik wordt slimmer.
Worden zonnepanelen onrendabel?
Het korte antwoord: nee. Zonnepanelen blijven ook na 2027 een goede investering, alleen wel met een langere terugverdientijd.
Voor een gemiddelde installatie van 10 panelen die circa 3.500 kWh per jaar opwekt, ziet de berekening er zo uit. Stel je verbruikt direct 30% van de opgewekte stroom (zonder batterij realistisch), dan bespaar je 1.050 kWh × 30 cent = 315 euro aan inkoop. De resterende 2.450 kWh lever je terug en krijgt 6 cent per kWh = 147 euro. Totaal voordeel: ongeveer 460 euro per jaar.
Met een investering van 5.000 tot 7.000 euro voor een installatie verdient die zich in tien tot vijftien jaar terug. Dat was vroeger zes tot acht jaar onder volledige saldering, dus het is een verlenging — maar het is geen einde van de business case.
Met een thuisbatterij kun je het zelfconsumptiepercentage opvoeren tot 60-70%. Dan stijgt de besparing aanzienlijk. Maar je moet ook de batterijkosten meerekenen, die de rendabiliteit weer onder druk zetten.
In 2026 zijn batterijen vaak nog niet zonder meer rendabel, maar de prijzen dalen snel en de prikkel om er één te kopen wordt vanaf 2027 sterker. Veel installateurs melden dan ook lange wachtlijsten voor batterijen tegen het einde van 2026.
Wat moet je weten als je nu zonnepanelen overweegt?
Sluit je in 2026 een contract af voor zonnepanelen, dan profiteer je nog tot eind dat jaar van saldering. Voor één jaar volledig voordeel kan dat de moeite waard zijn — maar reken niet alleen daarmee.
Beoordeel je investering vooral op het rendement na 2027. Zonnepanelen gaan twintig tot dertig jaar mee. De meeste rendement-jaren liggen dus na de afschaffing. Het zou onzinnig zijn om panelen aan te schaffen op basis van twee jaar oude rekensommen.
Kies bij voorkeur voor een groot aantal kleine panelen verspreid over verschillende windrichtingen. Een opstelling die niet allemaal tegelijk piekt op het zuiden, maar ook 's morgens en 's avonds wat opwekt, past beter bij je werkelijke verbruikspatroon.
Vraag de installateur nadrukkelijk naar 'zelfconsumptie-optimalisatie'. Goede installateurs leveren een omvormer met een app waarmee je apparaten op zonne-uren kunt aansturen. Dat wordt vanaf 2027 belangrijker dan de eigenlijke paneelkeuze.
Let ook op de garantie en service van de installateur. Een installatie die in 2026 wordt geplaatst, moet in 2040 nog functioneren. Een goedkope cowboy die over twee jaar weg is, helpt je dan niet meer.