Waarom criminelen geld moeten witwassen
Wie grote sommen geld verdient met drugshandel, fraude of andere misdrijven, krijgt al snel een praktisch probleem: dat geld is niet bruikbaar. Cashbergen zijn lastig om te bewaren, ze trekken aandacht en ze kunnen niet zomaar gestort of uitgegeven worden zonder dat er vragen komen. Daarom is witwassen voor de meeste vormen van georganiseerde misdaad geen luxe, maar een noodzakelijke stap.
Witwassen heeft als doel om geld van criminele herkomst een schijn van legale herkomst te geven. Pas dan kan het gebruikt worden voor investeringen, vastgoed, luxe goederen of het uitbouwen van een levensstijl die officieel verklaarbaar moet zijn.
In Nederland is witwassen strafbaar gesteld in artikelen 420bis en verder van het Wetboek van Strafrecht. De wet maakt verschil tussen 'gewoon' witwassen, gewoontewitwassen en schuldwitwassen. Op alle drie staan gevangenisstraffen, soms gecombineerd met ontnemingsmaatregelen waarmee het misdaadgeld alsnog wordt afgepakt.
Drie fasen: plaatsen, versluieren, integreren
Internationaal wordt witwassen vaak beschreven in drie fasen. De eerste is plaatsing: het criminele geld komt het reguliere financiële systeem binnen. Dat kan via contante stortingen, via een wisselkantoor, via een geldkoerier of door geld te steken in een onderneming die veel cash genereert.
De tweede fase is versluiering. Het geld wordt door een reeks transacties geleid om de herkomst te verbergen. Dat kan met betalingen tussen bedrijven, met leningen die nooit worden terugbetaald, met vastgoedtransacties op verschillende namen, of met buitenlandse rekeningen. Hoe meer schakels, hoe lastiger het wordt om de herkomst nog vast te stellen.
De derde fase is integratie. Het geld komt terug in de economie als ogenschijnlijk legaal bezit: een schoon huis, een schoon bedrijf, een schone investering. Pas in deze fase kan de eigenaar er openlijk over beschikken zonder dat het direct argwaan wekt. Zodra deze fase voltooid is, wordt het lastig om witwassen nog hard te bewijzen, tenzij eerdere stappen al in beeld waren.
Klassieke routes en hun zwakke plekken
Een aantal routes komen in onderzoek steeds terug. Vastgoed is een klassieker: panden worden onder de marktprijs aangekocht, opgeknapt of helemaal niet, en later verkocht of geherfinancierd, waarbij het criminele deel van het geld in de transactie verdwijnt. Cash-intensieve bedrijven zoals horeca, autohandel, kapsalons of carwashes lenen zich ook, omdat omzet er lastig na te rekenen is.
Daarnaast bestaan internationale routes via wisselkantoren, hawala-achtige systemen of cryptocurrency. Die laatste route is sinds 2020 sterk toegenomen, maar tegelijk ook beter zichtbaar geworden voor opsporing, omdat blockchains in feite een doorzoekbaar grootboek zijn. Volledige anonimiteit is in crypto moeilijker dan veel critici aanvankelijk dachten.
Elke route heeft haar zwakke plekken. Banken zijn verplicht om ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit. Notarissen, makelaars, accountants en advocaten hebben vergelijkbare meldplichten. Daar waar deze poortwachters hun werk doen, vindt witwassen langs die route moeilijker plaats.
Wat Nederland eraan doet
Nederland heeft sinds de jaren negentig een uitgebreid anti-witwasstelsel opgebouwd, dat in lijn ligt met Europese richtlijnen. Banken, betaaldienstverleners, notarissen, makelaars, accountants, advocaten en aanbieders van trustdiensten zijn aangesloten op een meldsysteem voor ongebruikelijke transacties.
De Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) analyseert die meldingen en kan transacties als 'verdacht' kwalificeren. Die verdachte transacties worden doorgezet naar opsporingsdiensten zoals de FIOD, de politie en het Openbaar Ministerie. Vanuit daar kunnen strafrechtelijke onderzoeken volgen.
De afgelopen jaren is daarnaast meer ingezet op het afpakken van crimineel vermogen. Bij veroordelingen voor zware misdrijven volgen geregeld ontnemingsvorderingen, waarmee de rechter beveelt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden terugbetaald. In de praktijk lukt het lang niet altijd om dat volledig te innen, maar het wordt wel als een belangrijke flank in de aanpak gezien.
De grijze zone: bovenwereld die meedoet
Witwassen is per definitie geen puur 'onderwereld'-vraagstuk. Het lukt alleen als professionals uit de bovenwereld bereid of niet attent genoeg zijn om mee te werken. Een aannemer die contant geld accepteert zonder bonnen, een autohandelaar die te makkelijk papieren afgeeft, een notaris die een transactie passeert ondanks rode vlaggen: zonder zulke schakels is een witwasroute moeilijker te bouwen.
De term 'ondermijnende criminaliteit' verwijst onder andere naar dit grijze gebied. Niet iedereen die meewerkt aan witwassen, doet dat bewust crimineel. Sommige professionals zien iets niet aankomen, sommigen worden onder druk gezet, sommigen kiezen voor het korte gewin. Het strafrecht onderscheidt daar in: schuldwitwassen is minder zwaar bestraft dan opzettelijk witwassen.
De maatschappelijke schade is in deze grijze zone wel groot. Hele wijken kunnen veranderen door geconcentreerd witwasvastgoed, hele branches kunnen scheef worden gefinancierd, en concurrenten die normaal werken raken op achterstand. Witwassen is daarom niet alleen een strafrechtelijke kwestie, maar ook een economische en bestuurlijke.